Marius Crainic ontvangt eerste Nederlandse Wiskundeprijs

Marius Crainic ontvangt eerste Nederlandse Wiskundeprijs

9 juli 2026

De winnaar van de Nederlandse Wiskundeprijs 2026 is professor Marius Crainic van de Universiteit Utrecht. In een feestelijke middag op vrijdag 12 juni 2026 werd de prijs uitgereikt in het Trippenhuis van de KNAW in Amsterdam door professor Frank den Hollander van de Universiteit Leiden.

Marius Crainic ontvangt de Nederlandse Wiskundeprijs van Frank den Hollander, voorzitter van de jury van de Nederlandse Wiskundeprijs.

Crainic met zijn voormalige promotor Izak (Ieke) Moerdijk en voormalige promovendus Camilo Arias Abad.

De twee voordrachten werden gegeven door professor Izak (Ieke) Moerdijk, bij wie Crainic destijds aan de Universiteit Utrecht promoveerde, en door Camilo Arias Abad, de eerste promovendus van Crainic, die nu universitair hoofddocent is aan de Universidad Nacional Sede Colombia.

Crainic ontvangt de prijs voor zijn baanbrekend werk op het gebied van “Poisson-manifolds”. Zijn artikelen en boeken zijn vol met hoogstaande wiskunde, maar dat is ook te verwachten want het betreft het meest geavanceerde fundamentele onderzoek. Dit vakgebied is tevens essentieel geweest voor de ontwikkeling van de kwantummechanica. Poisson-manifolds vormen namelijk de wiskundige basis voor de overgang van klassieke mechanica naar kwantummechanica.

Van klassiek naar kwantum

De kwantummechanica is vandaag de dag een gevestigd vakgebied en heeft de manier waarop we naar de wereld kijken drastisch veranderd. Maar deze kwantumrevolutie is mogelijk gemaakt dankzij het werk van vele wetenschappers, waaronder ook veel wiskundigen. Kwantummechanica is ontwikkeld in het begin van de twintigste eeuw om sommige fenomenen te verklaren die niet goed te verklaren waren binnen Newtons klassieke mechanica. Niels Bohr, Max Planck, Erwin Schrödinger en Werner Heisenberg zijn prominente namen en grondleggers van deze moderne theorie, die bedoeld is voor het beschrijven van hele kleine fenomenen, zoals de werking van atomen of zelfs subatomaire deeltjes.

Een baanbrekend resultaat uit de kwantummechanica is het onzekerheidsprincipe van Heisenberg, dat stelt dat het onmogelijk is om tegelijkertijd de positie en het momentum van het elektron precies te weten. Hoe precieser je bent met de ene hoe groter de afwijking bij de andere. In technische termen zeggen we dat de positie en het momentum van het elektron niet met elkaar commuteren. Deze eigenschap van sommige grootheden, dat ze niet met elkaar commuteren, is de basis van de kwantumechanica. Dit betekent dat de volgorde waarin je metingen verricht (bijvoorbeeld de positie en het momentum van het elektron) wiskundig gezien uitmaakt. Deze bijzondere eigenschap ontstaat niet in de klassieke theorie van Newton.

De wiskundige fundering van deze eigenschap is geschreven in de taal van de Poisson-meetkunde, genaamd ter ere van de Franse wiskundige Siméon Poisson (1781-1840). Dankzij deze theorie kunnen we nog meer kwantum verschijnselen bestuderen. Ze biedt bijvoorbeeld een elegant raamwerk om de dynamiek van geladen deeltjes in een magneetveld te analyseren. Door de aanwezigheid van een magneetveld gedragen deeltjes zich alsof de onderliggende ruimte niet-commutatief is. Door deze wiskundige vertaalslag ontstaan de bekende Landau-niveaus: de gekwantiseerde energieniveaus van de elektronen.

Nu we een kijkje hebben genomen in de kwantummechanica, zijn we geïnteresseerd in een wiskundige theorie om dit alles te beschrijven. Het blijkt echter lastig om zomaar een kwantumtheorie te ontwikkelen. Meestal begint men daarom met een klassieke theorie, die vervolgens wordt gekwantiseerd. Kwantisatie zorgt ervoor dat kwantumfenomenen die experimenteel worden waargenomen correct worden beschreven. De bekende Schrödinger‑vergelijking is een voorbeeld van zo’n kwantisatie: een vertaling van de energievergelijking uit de klassieke mechanica naar een energievergelijking in de kwantummechanica. Poisson‑manifolds maken het mogelijk om klassieke theorieën te kwantiseren.

Marius Crainic is namelijk de grondlegger van dit onderzoeksgebied. Wat oorspronkelijk bestond uit een serie losse voorbeelden gemotiveerd door de kwantummechanica, is door Crainic omgevormd tot een solide, diepgravende en doortastende theorie. Crainic wordt gezien als de wereldleider in dit bloeiende onderzoeksgebied, dat tot een wereldwijd forum van discussie heeft geleid, via een wekelijks internationaal `Poisson Seminar’.

Van links naar rechts: Izak (Ieke) Moerdijk (voormalig promotor), Frank den Hollander (voorzitter jury Nederlandse Wiskundeprijs), Remco van der Hofstad (voorzitter sectie Wiskunde, KNAW), Marius Crainic, Richard Boucherie (voorzitter PWN), Camilo Arias Abad (voormalig promovendus), Jan van Neerven (voorzitter KWG).

Naast zijn onderzoek is Crainic zeer actief geweest in het begeleiden van jonge onderzoekers, waarvan er inmiddels velen aan universiteiten in Europa en in de Verenigde Staten zijn aangesteld. Tevens heeft Crainic ook bestuurlijke functies bekleed, hij was gedurende enkele jaren directeur van het nationale wiskundecluster `Geometry and Quantum Theory’ en van het Mathematisch Instituut in Utrecht. In 2016 werd hij ook verkozen tot lid van de KNAW.

De Nederlandse Wiskundeprijs is een tweejaarlijkse prijs voor een in Nederland werkzame wiskundige in de leeftijdscategorie 45-60 jaar. De prijs wordt toegekend op basis van uitzonderlijke bijdragen aan wiskundeonderzoek met grote internationale zichtbaarheid, en tevens aan de Nederlandse wiskundebeoefening in brede zin. De prijs wordt uitgereikt onder auspiciën van het Koninklijk Wiskundig Genootschap (KWG), de sectie Wiskunde van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en het Platform Wiskunde Nederland (PWN).

NederlandsnlNederlandsNederlands